Babs’s Blog

14/01/2009

extra: forumdiscussies

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 9:16 pm

Op internet bestaan heel veel verschillende forums (of is het fora??)
Zo ook leuke discusies over wiskunde, inhoudelijk of bv als schoolvak. ook over de schoolpraktijk wordt gesproken.

De volgende discussie ging over: Wat is er leuk aan wiskunde?
Een reactie:
Wiskunde vind ik alleen maar leuk als ik het snap. Dan word ik heel enthousiast en hyper. Maar zodra ik het niet meer snap wil ik in huilen uitbarsten, ben ik niet meer gemotiveerd, en wil ik het liefst bakstenen door de ruit van het wiskundelokaal gooien.
Maar voor de rest is het allemaal wel leuk hoor…

De rest van de discussie kun je lezen op:

http://forum.credible.nl/topic.php?id=14772&page=1#

 Maar ook leerlingen discussieren veel op het web. Een leuke manier om verschillende meningen van leerlingen te lezen en er wat van te leren. bv deze (al wat oudere) discussie:

[STELLING] als je goede cijfers haalt worden vakken leuker….

 

Aurora

Laten we het omdraaien: voor vakken die je leuk vindt, haal je hogere cijfers. http://forum.scholieren.com/smile.gif


Martin 

bloem schreef:
Laten we het omdraaien: voor vakken die je leuk vindt, haal je hogere cijfers.

mneei, benk het niet mee eens http://forum.scholieren.com/tongue.gif, natuurkunde vind ik leuk, maar haal ik 50/50 goed/slecht voor, en wiskunde hadk altijd een pesthekel aan, maar nu ik goede cijfers haal niet meer http://forum.scholieren.com/confused.gif http://forum.scholieren.com/biggrin.gif


xxxx

Stelling klopt wel, voor wiskunde haal ik goeie cijfers en dat vind ik tegenwoordig wel http://forum.scholieren.com/cool.gif
Voor economie haal ik alleen maar lage cijfers en dat vind ik ook het vervelendste vak wat er bestaat. Als je eraan begint weet je al dat er toch weer geen hoog cijfer aan zal komen, dus dat maakt het er ook niet leuker op.


xxx

ligt eraan, als je nou… geen aardige leraar heb, dan zal zo’n vak ook niet snel leuk worden…


xxxxx

Zeeeeeeker mee eens..
Als je goeie cijfers haalt ga je der makkelijker heen.. anders is het zo van: ahh weer het kutvak waarik alleen maar 4en voor haal..


Onbekende

bloem schreef:
Laten we het omdraaien: voor vakken die je leuk vindt, haal je hogere cijfers.

Dat ben ik met je eens. Bij mij klopt het meestal wel dat als ik het interessant vind, kan ik me er gemakkelijker toe zetten om te gaan leren en dan haal ik hogere cijfers.
Maar andersom geldt het ook wel.

 

Verder lezen kan op:

http://forum.scholieren.com/archive/index.php/t-36168.html

12/01/2009

dossieropdracht 5

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 5:39 pm

Lesformulier

Lesuur:    wk 49 maandag 3e uur                                                               Klas: 2B3

 

Methode/boek:  Getal en Ruimte Hoofdstuk 4

Benodigdheden:

-         kaartenbak (rood nr 1-6, blauw 1-6, groen 1-6.)

-         Stencils voor opdrachten

  

Voorkennis:

Volledig beheerst door de leerling:

- De leerling kan met een geodriehoek een getekende hoek meten

- De leerling kan met een geodriehoek een gegeven hoek tekenen

- De leerling kan met een geodriehoek lijnstukken met gegeven grootte tekenen

- De leerling kan met een passer cirkels tekenen als de diameter of straal gegeven is.

Eerder besproken, maar door sommigen nog niet volledig beheerst:

- Een driehoek tekenen als 2 hoeken en 1 zijde gegeven zijn

- Een driehoek tekenen als 1 hoek en de 2 zijden aan deze hoek gegeven zijn.

- Een driehoek tekenen als 3 zijden gegeven zijn.

Lesdoelen:

 

- een driehoek tekenen als 2 hoeken en 1 zijde gegeven zijn

- een driehoek tekenen als 1 hoek en de 2 zijden aan deze hoek gegeven zijn.

- een driehoek tekenen als 3 zijden gegeven zijn.

 

De leerling kan:

 

 

 

 

 

(het kader is gelijk aan het bordoverzicht )

Huiswerk: Hoofdstuk 4 geen

 

Tijd

Docentactiviteit

Leerling-activiteit

Verantwoording

 

 

5

 

 

 

 

Bij de deur, leerlingen verwelkomen, jas laten ophangen, boeken pakken

Binnenkomst, leermiddelen voor zich nemen.

Start, (aan het begin vd les persoonlijke aandacht geven. Dan voelen lln zich gezien en zijn ze eerder bereid voor je te werken. Je kunt als docent zo even de “sfeer proeven”.

 

 

 

8

 (K)

 

 

Instructie samenwerkingsopdracht *

*Wordt onder dit schema beschreven

Luisteren, herhalen

 Directe instructie, activeren, individuele aanspreekbaarheid

 

 

 

2

 

 

 

Toezicht houden, sturen als het niet goed gaat

In groepen gaan zitten op de aangegeven plek.

Overgang in de les

 

 

 

15

 (Z)

 

 

Toezien op inhoud en groepsproces, bijsturen en vragen stellen. Vragen beantwoorden. Tijd bewaken.

Aan elkaar uitleggen , samen oplossingen bedenken, opgaven maken, stappen onder woorden brengen

Samenwerkend leren,

Controle voorkennis, oefening

2

Toezicht houden, sturen als het niet goed gaat

In nieuwe groepen gaan zitten op de aangegeven plek.

Overgang in de les

 

 

 

 

 

 

15

 (Z)

 

 

Toezien op inhoud en groepsproces, bijsturen en vragen stellen. Vragen beantwoorden. Tijd bewaken.

Aan elkaar uitleggen, opgaven maken

Samenwerkend leren, oefening, controle op leerdoelen voor experts

 

 

 

10

 (A)

 

 

Afsluiten: leerling voor het bord.

1) Van driehoek ABC weet je AB= 50 cm, AC = 30 cm, BC = 40 cm. Teken driehoek ABC.

2) Van driehoek KLM weet je KL = 60 cm, hoek K = 70º, hoek L = 40º. Teken driehoek KLM.

3) Van driehoek PQR weet je PQ = 40 cm, hoek P = 80 º, PR = 60 cm. Teken driehoek PQR.*

*schuin gedrukt gedeelte alleen bij genoeg tijd, afhankelijk van hoe snel een leerling kan tekenen.

Afsluiten met huiswerk en vertellen dat we hier volgende les op terug komen. Dat ik dan weer lln voor het bord kan vragen.

Ll doet vraag op het bord.

Individuele aanspreekbaarheid, controle op leerdoelen

 

 

*Instructie opdracht:

 

In de vorige les zijn we bezig geweest met driehoeken tekenen, de lessen daarvoor hebben we het gehad over hoeken meten en hoeken tekenen. Dat hebben we in groepjes gedaan. Vandaag moet je dat tekenen en meten weer gaan gebruiken. We gaan zo meteen weer in groepen werken op dezelfde manier als vorige keer. Daarvoor gebruik ik deze keer weer de kaartjes. Je gaat in de groep zitten met dezelfde kleur kaart, in die groep ga je jouw stukje theorie bekijken, je krijgt van mij een stencil waarop staat wat je moet doen. Je maakt een stappenplan, dat krijg ik van iedere groep op een apart papier. Op het stencil staat ook een eindvraag. Iedereen in de groep moet het begrijpen en dus de eindvraag mbv het stappenplan zelf kunnen maken. De eerste ronde duurt 15 minuten.

Daarna gaan we de tweede ronde doen, je gaat met de mensen met het zelfde cijfer samen zitten. Je legt uit hoe jouw stappenplan eruit ziet, zij leggen uit hoe hun stappenplan eruit ziet. Aan het eind van deze ronde kun je de drie dingen die op het bord staan met behulp van het stappenplan maken. Ook de tweede ronde duurt 15 minuten.

Ik ga dan een paar mensen vragen dit voor te doen op het bord.

Dus: eerste ronde; zelfde kleur bij elkaar, iets oefenen en stappenplan maken en dan in de tweede ronde; zelf uitleggen aan anderen en luisteren naar hun uitleg. Aan het eind van de les kan ik aan je vragen het voor het bord voor te doen.

Leg kort  in je eigen woorden uit hoe we deze les gaan werken? >> Naam ll<< Is hij/zij nog iets vergeten?… Kunnen we zo aan het werk? >> naam ll<<

>>naam ll<<  en ik delen nu de kaartjes uit. De blauwe groep zit hier, de gele groep daar, de rode groep daar en de groene groep zit aan die tafel. Als iedereen zijn kaart heeft kun je op de goede plek gaan zitten.

· kaartjes uitdelen, rood nr 1-6, blauw 1-6, groen 1-6

11/01/2009

extra: leestestje

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 12:01 am

Ik weet niet meer wie ik het precies beloofd had, maar hierbij het leestestje. Ik doe deze vragenlijst meestal na een paar weken om leerlingen te stimuleren bij toetsen de vragen eerst allemaal te lezen voordat ze beginnen. Er bestaan verschillende varianten, dus als je nog leuke vragen weet…

Leestest

 

Je hebt 5 minuten om deze test te doen.

Laat je niet door anderen afleiden!

Lees eerst het hele blad goed door vóórdat je iets mag opschrijven of zeggen.

 

1.   Schrijf je naam in de rechter bovenhoek van dit papier.

2. Zet een cirkel om het woord ‘naam’ in de tekst van vraag 1.

3. Teken vijf kleine vierkantjes in de linker bovenhoek van dit papier.

4. Teken een cirkel om elk vierkantje.

5. In welke provincie ligt Amsterdam?

6. Bereken 2 x 20 =

7. Zet een rondje om het getal 7.

8. Zet een ‘X’ in de linker benedenhoek van dit papier.

9. Teken een driehoek om die ‘X’.

10.  Wie is de directeur van de school?

11.   Ga staan en draai een rondje.

12.  Schrijf de getallen 1 tot 10 achterste voren op.

13.  Tel aan de achterkant 17 en 38 bij elkaar op.

14.  Zet een rondje om het antwoord, dat je hebt gevonden.

15.  Hoeveel e’s tel je in het woord ‘medeleerling’?

16.  Prik met je pen drie gaatjes in dit papier in de rondjes hieronder:                            0                              0                             0

17.  Alléén als je de allereerste bent, die tot hier is gekomen, roep je hardop: ‘Ik lig op kop!’ als iemand anders dit al heeft geroepen, dan roep je hardop: ‘Ik lig achter!’

18.  Onderstreep alle even nummers op de linkerzijde van dit papier.

 

Als je nu alles goed gelezen hebt, zoals hierboven staat en nog niets hebt opgeschreven, doe je alléén de vragen 1 en 17. De andere opdrachten mag je dus niet maken!

 

Ga hierna zonder te lachen of te praten stil zitten tot iedereen klaar is en draai dit blaadje om.  

 

 

10/01/2009

dossieropdracht 12

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 10:51 pm

Dossieropdracht 12

 

De KZA-les die ik beschreven heb was er één uit een serie waarin ik de samenwerkingsvorm experts gebruikt heb om leerlingen aan elkaar te laten uitleggen. Ik heb dus niets kunnen vervangen, het verhaal hieronder is dus ook de beschrijving van de les mijn redenen daarvoor.

Dit was de eerste les van twee waarin leerlingen driehoeken leerden tekenen waarbij of twee hoeken en een zijde gegeven zijn, of één hoek en twee zijden of drie zijden. Dit zijn drie dingen die qua aanpak van elkaar verschillen in het bijbehorende hoofdstuk is maar weinig oefenmateriaal en de uitleg is summier. Door deze aanpak kan ik in de expert groepen aandacht besteden aan de zaken die nog onduidelijk zijn, de leerlingen leggen dat zelf uit aan klasgenoten. Je krijgt een soort olievlek.

Ik houdt bij deze werkvorm twee werkrondes, in de eerste ronde worden de leerlingen expert over hun onderwerp. In de tweede ronde delen de verschillende experts hun kennis.

De groepen voor zo’n samenwerkingsvorm stel ik willekeurig samen. Een van de dingen die daarbij voor mij meespelen is dat alle leerlingen expert worden en dat aan iedereen moeten kunnen uitleggen, ongeacht of het vriendjes zijn of niet. Dit samenstellen doe ik mbv mijn kaartenbak. Hierin zitten genummerde, gekleurde kaartjes. Eerst moeten de leerlingen met dezelfde kleur bij elkaar zitten, de tweede ronde moeten de leerlingen met dezelfde nummers samen zitten.

In dit geval is het niet de eerste keer dat de klas zo werkt. Ze hebben eerder in groepen samengewerkt naar een einddoel, ze zitten vaker in heterogene groepen zodat ze elkaar kunnen helpen, ze hebben experts met uitleg voor de hele klas gedaan oftewel: ze zijn gewend aan samenwerken en gewend aan het uitleggen aan elkaar (en het luisteren ernaar). Ze zijn ook gewend in groepen in steeds wisselende samenstelling te werken. Je kunt deze werkvorm niet doen in een groep die niet gewend is samen te werken, daarvoor is deze vorm te ingewikkeld en vraagt teveel van de sociale vaardigheid van leerlingen. De leerling(en) die dit niet kunnen zet ik daarom eventueel apart, zij mogen niet teveel het leerproces van de anderen verstoren. Bij hen zal ik apart aandacht besteden aan de sociale vaardigheden die ze nog moeten leren.

 

De instructie luidde als volgt:

In de vorige les zijn we bezig geweest met driehoeken tekenen, de lessen daarvoor hebben we het gehad over hoeken meten en hoeken tekenen. Dat hebben we in groepjes gedaan. Vandaag moet je dat tekenen en meten weer gaan gebruiken. We gaan zo meteen weer in groepen werken op dezelfde manier als vorige keer. Daarvoor gebruik ik deze keer weer de kaartjes. Je gaat in de groep zitten met dezelfde kleur kaart, in die groep ga je jouw stukje theorie bekijken, je krijgt van mij een stencil waarop  staat wat je moet doen. Je maakt een stappenplan, dat krijg ik van iedere groep op een apart papier. Op het stencil  staat ook een eindvraag. Iedereen in de groep moet het begrijpen en dus de eindvraag mbv het stappenplan zelf kunnen maken. De eerste ronde duurt 15 minuten.

Daarna gaan we de tweede ronde doen, je gaat met de mensen met het zelfde cijfer samen zitten. Je legt uit hoe jouw stappenplan eruit ziet, zij leggen uit hoe hun stappenplan eruit ziet. Aan het eind van deze ronde kun je de drie dingen die op het bord staan met behulp van het stappenplan maken. Ook de tweede ronde duurt 15 minuten.

Ik ga dan een paar mensen vragen dit voor te doen op het bord.

Dus: eerste ronde; zelfde kleur bij elkaar, iets oefenen en stappenplan maken en dan in de tweede ronde; zelf uitleggen aan anderen en luisteren naar hun uitleg. Aan het eind van de les kan ik aan je vragen het voor het bord voor te doen.

Leg kort  in je eigen woorden uit hoe we deze les gaan werken? >> Naam ll<<  Is hij/zij nog iets vergeten?… Kunnen we zo aan het werk? >> naam ll<<

>>naam ll<<  en ik delen nu de kaartjes uit. De blauwe groep zit hier, de gele groep daar, de rode groep daar en de groene groep zit aan die tafel. Als iedereen zijn kaart heeft kun je op de goede plek gaan zitten.

·     kaartjes uitdelen, rood nr 1-6, blauw 1-6, groen 1-6

 

 

 

 

Je ziet dus dat ik door terug te grijpen op een eerdere samenwerking ik al een deel heb uitgelegd, leerlingen weten dat nog wel. De kaartenbak hoeft ook geen verdere uitleg. Ook hoef ik in de instructie niet meer in te gaan op gewenst sociaal gedrag. Dat is voor deze leerlingen bekend.

 

De les eindig ik met één tot drie leerlingen (afhankelijk van de overgebleven tijd) die op het bord een vraag voordoen. (in ieder geval de vraag waarbij ze met een passer moeten tekenen). De volgende les start ik ook weer zo, dan moeten drie tweetallen een vraag voordoen én uitleggen op het bord. Daarna laat ik ze oefenen door de drie soorten vragen door elkaar te laten maken, dat moet individueel. We eindigen dan met het nakijken van elkaars werk.

 

Ik kies om verschillende redenen voor deze werkvorm: leerlingen zijn gemotiveerder iets nieuws te leren omdat ze het moeten gaan uitleggen erna. Leerlingen luisteren naar de uitleg van klasgenoten vaak beter en geconcentreerder dan naar de docent, zeker als het zoals in dit geval een wat langere uitleg is. Leerlingen kunnen in een veilige omgeving hun sociale vaardigheden oefenen. Leerlingen vinden de lessen vaak leuker omdat ze actiever zijn. En niet geheel onbelangrijk: als de leerlingen eenmaal gewend zijn aan deze manier van werken dan wordt het voor jezelf ook minder zwaar, ik heb zo’n les echt even een rust momentje in mijn toch wel lange dagen.

 

 

08/01/2009

dossieropdracht 11: BIT-verslag

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 10:08 pm

 

BIT-verslag

 

H8, wiskunde in de onderbouw, APS uitgave

H3 Effectief leren, Ebbens ea

 

Beide hoofdstukken gaan over samenwerken, waar wiskunde in de onderbouw vooral komt met voorwaarden voor groepswerk gaat Ebbens ook in op samenwerkingsvormen. Ik vond vooral de APS uitgave duidelijk in de voorwaarden en zaken waar je tegenaan loopt. De tips zijn erg handig voor docenten die weinig tot geen ervaring hebben met groepswerk.

 

Het lijkt me het beste om beide hoofdstukken te combineren om tot een lijstje met voorwaarden te komen voor goed groepswerk. Ebbens spreekt over positieve wederzijdse afhankelijkheid, individuele aan spreekbaarheid, directe instructie, deze worden kort verwoord in het andere hoofdstuk. De aandacht voor sociale vaardigheden wordt in de APS uitgave wat mij betreft beter benoemd, er wordt gesproken over aandacht geven en aandacht vragen (communicatieve vaardigheden), gemeenschappelijke werkmethode. Wat bij beide naar boven komt is dat samenwerken niet zomaar gebeurd.

Sinds 6 jaar geef ik les volgens het KAG-AL principe, kennis als gereedschap en activerend leren. Dit gaat uit van het zelf leren van de leerling, oa door samenwerkingsvormen in te zetten. Mijn ervaring is dat het veel energie kost om te starten met de werkvormen, je moet ze goed voorbereiden. Ook de leerlingen moet je langzaam laten wennen. Maar als je eenmaal wat ervaring hebt en je bent bezig (of eigenlijk: de leerlingen zijn bezig) dan geeft het jou als docent veel rust. In de APS uitgave wordt daar ook over gesproken: niets doen is wennen. Ik heb vindt het tegenwoordig heerlijk om te kijken hoe ze werken, eens een puzzeltje te doen of het LVS eens in te kijken of bij te werken. Ik zeg weleens: ik geef dan les met mijn oren; ik luister naar de discussies, als ik hoor dat het mis dreigt te gaan kijk ik en/of ik grijp in. Leerlingen weten overigens wat er van ze verlangd wordt, daar spreek ik zo ook op aan. Ik probeer dan te benoemen wat ik verwacht en wat er niet gaat zoals ik wil (gedrag benoemen).

Tijdens mijn lessen gebruik ik verschillende samenwerkingsvormen, afhankelijk van de klas en de opdracht. Op de VMBO-afdeling is samenwerken een wijd verbreid fenomeen, terwijl op de andere locatie waar ik ook les geef  wordt dit veel minder gedaan. Ik merk echt een verschil tussen deze klassen. De H/V klassen moet ik echt leren wennen aan deze/mijn manier van werken. Mijn ervaring is inmiddels dat ze na enkele maanden net zo ver zijn als de andere klassen en heel zelfstandig in de groepen aan het werk zijn. Het voorbereiden zit hem vooral in het aanleren van sociale vaardigheden, benoemen wat ik doe en waarom ik het doe. Deze zaken worden ook in H8 genoemd. Ik vind het proces vaak net zo belangrijk (of soms zelfs belangrijker) dan het resultaat. Grappig overigens: de genoemde poster hangt (in iets andere bewoording) ook in mijn lokaal!

Over de verschillende werkvormen valt veel te zeggen, zelf heb ik bv veel gehad aan het afstudeerproject van een oud-medestudent over expertvormen (op aanvraag wil ik wel een kopie geven). Er zijn ook diverse sites bv http://www.edufit.nl/publicaties/Steeds_beter_bw.pdf

Ik ga hier niet uitgebreid op alle werkvormen in, maar ik ben het zeker eens met de laatste zin van H8, het is van belang om met anderen er over te praten, ervaringen delen en vooral: proberen!

 

dossieropdracht 10

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 10:07 pm

a) werk de opgave uit:

‘De watertoren’

De grafiek geeft in een bepaald gebied het gebruik van water in een etmaal aan.
grafiek-watertoren
Het waterleidingbedrijf gebruikt een watermeter die het verbruik gedurende het etmaal aangeeft.
De teller staat om 0 uur op 0.
Uit de grafiek kun je aflezen dat de watermeter om 2 uur ongeveer op 3200 m3 staat.
Om 4 uur staat de meter op ongeveer 6300 m3.

 

a.         Wat is de meterstand om 10 uur in de morgen?
            Om 10 uur zijn er al 27 blokjes gekleurd, de teller staat dan op 27.000 m3.

De grootverbruikers in dat gebied nemen met zijn allen 12.00 m3 af. Ze nemen het water gelijkmatig af. Dat betekent ieder uur evenveel.

b. Teken het waterverbruik van de grootverbruikers in de grafiek hierboven met rood.
            Ze gebruiken 12.000 m3 in 24 uur. 12.000 : 24 = 500 m3, dus je moet een lijn      tekenen op 0,5 en het gebied eronder kleuren.

c. Hoeveel water verbruikte men tussen 12 uur en 15 uur?
            Tussen 12 uur en 15 uur zitten 12 gekleurde blokjes dus 12.000 m3.


b) Analyseer deze opgave volgens de criteria uit het hoofdstuk ‘taalproblemen’ uit ‘wiskunde inde basisvorming’(12.1.1 t/m 12.1.3, zie opdracht 9)

Woorden

Wiskundige woorden

Grafiek

Laagfrequente woorden

Etmaal, (water)verbruik, aflezen, grootverbruikers, meterstand, gedurende, teller

Synoniemen

Watermeter ó meter ó teller
verbruiken
ó
afnemen
meterstand
ó de meter/teller staat op

Verwijswoorden

Dat, ze

Zinnen

Lange zinnen

Deze grafiek geeft in een bepaald gebied het gebruik van water in een etmaal aan.

Gescheiden informatie

-

Compacte taal

De teller staat op 0 uur op 0.
om 4 uur staat de meter op ongeveer 6300 m3.

Weinig dynamiek

Deze grafiek … in een etmaal aan.
De grootgebruikers in … 12.000 m3 af.

Informatie

Verborgen informatie

De oppervlakte van het grijze gebied is het verbruik.
De grootverbruikers verbruiken 12.000 m3 per etmaal.

Verwarrende informatie

De titel: de watertoren, terwijl er verder niet meer over een watertoren wordt gesproken.

Te grote denkstappen

De teller staat op 0 uur op 0. Terwijl lln in de grafiek de lijn bij 0 op 3000 m3 zien staan.
Uit de grafiek kin je aflezen… ongeveer 6300 m3. Terwijl je dit niet direct uit de grafiek kunt halen.

Onbegrijpelijke taal

-

 

c) Maak van deze opgave een herformulering, zodat de opgave daar helderder van wordt en tot minder misverstanden leidt.

 ”Het waterleidingbedrijf”
 evides
Evides is een waterleidingbedrijf dat water levert aan huizen en bedrijven in Den Haag. Het waterleidingbedrijf gebruikt een meter om bij te houden hoeveel water er is gebruikt. De meter meet 24 uur. Hieronder zie je de grafiek van 08-01-2009:
verbeterde-grafiektitel1
In de grafiek is de oppervlakte de hoeveelheid water die verbruikt is.
1 blokje is 1000 m3.
De meter wordt op 12 uur ’s nachts op 0 gezet. Om 2 uur staat de meter ongeveer op 3200 m3. De oppervlakte tussen 0 en 2 uur is ongeveer 3,2 blokjes dus is er ongeveer 3200 m3 water verbruikt. Om 4 uur staat de meter op ongeveer 6300 m3.

a. Op hoeveel staat de meter om 10 uur?

Een aantal bedrijven gebruikt veel water, ze gebruiken ook ’s nachts water. Die bedrijven noemen we grootverbruikers. De grootgebruikers gebruikten samen 12.000 m3 water per 24 uur. Ze gebruikten elk uur evenveel water.

 

b. Kleur in de grafiek in de bijlage met rood het waterverbruik van deze grootverbruikers.

 

 

c. Hoeveel water werd er in totaal gebruikt in Den Haag tussen 12 uur en 15 uur?

extra: motivatie-tip rap-battle

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 4:08 pm

Ik probeer van alles in mijn lessen om ze leuker te maken en mijn leerlingen te motiveren. Dit had ik nog niet bedacht: een rap-battle over wiskunde.

Voorbeeld hiervan (in het Engels):

06/01/2009

extra: bijeenkomst over werkvormen

Gearchiveerd onder: Uncategorized — simke @ 6:15 pm
Vandaag kreeg ik de volgende uitnodiging.
Ik kan zelf die dag niet, maar als er iemand gaat hoor ik graag hoe het was. (let op: het is vooral bedoeld voor docenten met ervaring).

Beste collega,

 

 Wij organiseren donderdag 22 januari 2009 de expertmeeting: Leren & werkvormen, waar je als docent grip krijgt op het ontlokken van de gewenste leeractiviteiten van je leerlingen.

De focus van deze expertmeeting:

·         laatste stand van zaken rondom docentrollen, RTTI©, leer- en doceerstijlen
·         de rol van werkvormen bij de leeractiviteiten van de leerlingen
·         het delen van beproefde en succesvolle werkvormen met collega’s
·         je ontvangt een scala aan effectieve werkvormen (voor de wiskundelessen!)  passend bij de fasen van de les
·         het ontwikkelen van een infrastructuur op school om leren leren te bevorderen

 De vertaling van de theorie over leren en werkvormen naar de onderwijsleeromgeving, waarbij aangeboden werkvormen en doceerstijlen worden toegepast en (practice based evidence) experimenten worden uitgevoerd. De processen en resultaten worden vervolgens teruggekoppeld, uitgewisseld, verbeterd, gedeeld en vastgelegd.

 Met leren en werkvormen op naar:
·         het ontlokken van de gewenste leeractiviteiten van de leerlingen
·         de docent als intermediair van het leerproces
·         recht doen aan verschillen tussen leerlingen
·         werkvormen op maat, zodat de leerling zijn leerpotentieel maximaal benut

 Zie voor meer informatie en een inschrijfformulier www.docentplus.nl.   

 Hartelijke groet,

Petra Verra

Thema: Rubric. Blog op Wordpress.com.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.