Dossieropdracht 12
De KZA-les die ik beschreven heb was er één uit een serie waarin ik de samenwerkingsvorm experts gebruikt heb om leerlingen aan elkaar te laten uitleggen. Ik heb dus niets kunnen vervangen, het verhaal hieronder is dus ook de beschrijving van de les mijn redenen daarvoor.
Dit was de eerste les van twee waarin leerlingen driehoeken leerden tekenen waarbij of twee hoeken en een zijde gegeven zijn, of één hoek en twee zijden of drie zijden. Dit zijn drie dingen die qua aanpak van elkaar verschillen in het bijbehorende hoofdstuk is maar weinig oefenmateriaal en de uitleg is summier. Door deze aanpak kan ik in de expert groepen aandacht besteden aan de zaken die nog onduidelijk zijn, de leerlingen leggen dat zelf uit aan klasgenoten. Je krijgt een soort olievlek.
Ik houdt bij deze werkvorm twee werkrondes, in de eerste ronde worden de leerlingen expert over hun onderwerp. In de tweede ronde delen de verschillende experts hun kennis.
De groepen voor zo’n samenwerkingsvorm stel ik willekeurig samen. Een van de dingen die daarbij voor mij meespelen is dat alle leerlingen expert worden en dat aan iedereen moeten kunnen uitleggen, ongeacht of het vriendjes zijn of niet. Dit samenstellen doe ik mbv mijn kaartenbak. Hierin zitten genummerde, gekleurde kaartjes. Eerst moeten de leerlingen met dezelfde kleur bij elkaar zitten, de tweede ronde moeten de leerlingen met dezelfde nummers samen zitten.
In dit geval is het niet de eerste keer dat de klas zo werkt. Ze hebben eerder in groepen samengewerkt naar een einddoel, ze zitten vaker in heterogene groepen zodat ze elkaar kunnen helpen, ze hebben experts met uitleg voor de hele klas gedaan oftewel: ze zijn gewend aan samenwerken en gewend aan het uitleggen aan elkaar (en het luisteren ernaar). Ze zijn ook gewend in groepen in steeds wisselende samenstelling te werken. Je kunt deze werkvorm niet doen in een groep die niet gewend is samen te werken, daarvoor is deze vorm te ingewikkeld en vraagt teveel van de sociale vaardigheid van leerlingen. De leerling(en) die dit niet kunnen zet ik daarom eventueel apart, zij mogen niet teveel het leerproces van de anderen verstoren. Bij hen zal ik apart aandacht besteden aan de sociale vaardigheden die ze nog moeten leren.
De instructie luidde als volgt:
In de vorige les zijn we bezig geweest met driehoeken tekenen, de lessen daarvoor hebben we het gehad over hoeken meten en hoeken tekenen. Dat hebben we in groepjes gedaan. Vandaag moet je dat tekenen en meten weer gaan gebruiken. We gaan zo meteen weer in groepen werken op dezelfde manier als vorige keer. Daarvoor gebruik ik deze keer weer de kaartjes. Je gaat in de groep zitten met dezelfde kleur kaart, in die groep ga je jouw stukje theorie bekijken, je krijgt van mij een stencil waarop staat wat je moet doen. Je maakt een stappenplan, dat krijg ik van iedere groep op een apart papier. Op het stencil staat ook een eindvraag. Iedereen in de groep moet het begrijpen en dus de eindvraag mbv het stappenplan zelf kunnen maken. De eerste ronde duurt 15 minuten.
Daarna gaan we de tweede ronde doen, je gaat met de mensen met het zelfde cijfer samen zitten. Je legt uit hoe jouw stappenplan eruit ziet, zij leggen uit hoe hun stappenplan eruit ziet. Aan het eind van deze ronde kun je de drie dingen die op het bord staan met behulp van het stappenplan maken. Ook de tweede ronde duurt 15 minuten.
Ik ga dan een paar mensen vragen dit voor te doen op het bord.
Dus: eerste ronde; zelfde kleur bij elkaar, iets oefenen en stappenplan maken en dan in de tweede ronde; zelf uitleggen aan anderen en luisteren naar hun uitleg. Aan het eind van de les kan ik aan je vragen het voor het bord voor te doen.
Leg kort in je eigen woorden uit hoe we deze les gaan werken? >> Naam ll<< Is hij/zij nog iets vergeten?… Kunnen we zo aan het werk? >> naam ll<<
>>naam ll<< en ik delen nu de kaartjes uit. De blauwe groep zit hier, de gele groep daar, de rode groep daar en de groene groep zit aan die tafel. Als iedereen zijn kaart heeft kun je op de goede plek gaan zitten.
· kaartjes uitdelen, rood nr 1-6, blauw 1-6, groen 1-6
Je ziet dus dat ik door terug te grijpen op een eerdere samenwerking ik al een deel heb uitgelegd, leerlingen weten dat nog wel. De kaartenbak hoeft ook geen verdere uitleg. Ook hoef ik in de instructie niet meer in te gaan op gewenst sociaal gedrag. Dat is voor deze leerlingen bekend.
De les eindig ik met één tot drie leerlingen (afhankelijk van de overgebleven tijd) die op het bord een vraag voordoen. (in ieder geval de vraag waarbij ze met een passer moeten tekenen). De volgende les start ik ook weer zo, dan moeten drie tweetallen een vraag voordoen én uitleggen op het bord. Daarna laat ik ze oefenen door de drie soorten vragen door elkaar te laten maken, dat moet individueel. We eindigen dan met het nakijken van elkaars werk.
Ik kies om verschillende redenen voor deze werkvorm: leerlingen zijn gemotiveerder iets nieuws te leren omdat ze het moeten gaan uitleggen erna. Leerlingen luisteren naar de uitleg van klasgenoten vaak beter en geconcentreerder dan naar de docent, zeker als het zoals in dit geval een wat langere uitleg is. Leerlingen kunnen in een veilige omgeving hun sociale vaardigheden oefenen. Leerlingen vinden de lessen vaak leuker omdat ze actiever zijn. En niet geheel onbelangrijk: als de leerlingen eenmaal gewend zijn aan deze manier van werken dan wordt het voor jezelf ook minder zwaar, ik heb zo’n les echt even een rust momentje in mijn toch wel lange dagen.